Bij het bewerken van foto’s in Photoshop zul je ongetwijfeld een keer te maken krijgen met lagen. Maar wat zijn lagen precies? Hoe je werken met lagen en waarom? En wat is er anders aan aanpassingslagen? Je leest het allemaal in dit artikel, waarin je ook leert hoe je toeristen uit de foto kunt halen!

Een bestand in Photoshop kan letterlijk uit meerdere lagen bestaan. Dit kun je het beste vergelijken enkele gekleurde papiertjes die op elkaar liggen. Van het stapeltje zie je enkel de kleur van het bovenste papiertje. Zou je echter een gaatje knippen in dit papiertje, dan verschijnt ook de kleur van het papiertje eronder.

Werken met lagen in Photoshop

Vergelijk het werken met lagen in Photoshop met papiertjes die op elkaar gestapeld zijn.

Op exact dezelfde manier werken lagen in Photoshop. Hiermee kun je bijvoorbeeld twee foto’s over elkaar leggen en in elkaar laten overlopen, of een bepaald effect in de foto toevoegen.

Om de lagen van een bestand te zien is het belangrijk om het venster ‘Lagen’ aan te zetten. Dit doe je via Venster (bovenin het menu) > Lagen, of de sneltoets F7.

Ter illustratie heb ik een Photoshop bestand gemaakt met een blauwe laag en een roze laag. Wanneer de blauwe laag bovenop staat, dan wordt de roze laag dus verborgen onder de blauwe laag.

Werken met lagen in Photoshop

De onderste laag (roze) wordt verborgen door de bovenste laag (blauw)

Vervolgens maak ik een ‘gat’ in de blauwe laag; ik gum dit deel als het ware weg. Onder de blauwe laag verschijnt nu de roze laag.

Voorbeeld werken met lagen: je ziet door het gat van de

Je ziet nu de onderste laag (roze) door het gat van de bovenste laag (blauw)

Nieuw boek

Yes, er komt een nieuw boek aan, genaamd Iedereen FotoSMART. Het boek verschijnt in september maar is nu al te reserveren! Voor iedereen die graag meer wilt weten over fotografie.

Tell me more!

Volgorde lagen aanpassen

Je ziet altijd de bovenste laag in beeld, tenzij daar dus een ‘gat’ in zit. De volgorde van lagen kun je aanpassen door deze lagen te slepen in het overzicht met lagen. Zo zou ik de roze laag omhoog kunnen slepen om de blauwe laag te verbergen.

Soms zit een laag in eerste instantie vast; vaak is dit de foto die je hebt geopend. De laag heet dan ‘Achtergrond’ en er staat een slotje achter. Je kunt deze laag nu niet verplaatsen. Door dubbel te klikken op de laag kun je het slotje open maken en de laag ontgrendelen. Door dubbel te klikken op de tekst Achtergrond kun je de naam van de laag aanpassen.

De laag is vergrendeld

Het slotje betekent dat de laag vergrendeld (beveiligd) is. Met het oogje kun je de laag ‘aan’ of ‘uit’ zetten.

Lagen aan en uitzetten met het oogje

In het venster met het overzicht van de lagen zie je voor elke laag een ‘oogje’ staan. Door op dit oogje te klikken, kun je een laag tijdelijk even ‘uitzetten’ en een blik werpen op de lagen eronder. Klik je op een oogje en heb je tegelijkertijd de ALT toets ingedrukt, dan worden alle lagen uitgezet, behalve de laag met het oogje waar je op klikt. Dit is handig als je snel even alle andere lagen wilt verbergen.

Werken met lagen

Je weet nu wat een laag is, hoe je deze aanzet en uitzet en hoe je de volgorde verandert. Maar waar gebruik je de lagen nu voor? Dat laat ik zien in dit voorbeeld waarbij ik toeristen uit de foto’s knip.

Stel je voor dat je twee foto’s hebt gemaakt vanaf exact dezelfde positie. De foto’s hebben ook een identieke belichting, alleen op staat op beide foto’s op een iets andere plek een persoon (of ander element) die je uit beeld wilt halen. Dit zou kunnen door te klonen en te retoucheren, maar kan in deze situatie ook gemakkelijk in Photoshop met de lagen.

Open hiervoor beide foto’s in Photoshop. In dit voorbeeld gaat het om ‘foto A’ en foto B’.

Elke foto heeft één laag, en je wilt deze nu gaan samenvoegen. Hiervoor kopieer ik foto B naar foto A. Dit doe je door met de rechtermuisknop op de ‘Achtergrond’ laag van foto B te klikken en te kiezen voor ‘Laag dupliceren’.

Klik met de rechtermuisknop op de laag en kies voor Laag dupliceren

Klik met de rechtermuisknop op de laag en kies voor Laag dupliceren om deze foto naar een andere foto te kopiëren

Er verschijnt een dialoogvenster, en je kunt hier aangeven hoe je deze laag wilt noemen. Klik niet direct op OK, maar kijk ook even naar ‘Doel’. Je kunt de laag nu dupliceren in hetzelfde document, maar ook kiezen voor een ander document dat je reeds hebt geopend. Om een laag van het ene naar het andere bestand te kopiëren, selecteer je het andere bestand in het dropdown menuutje.

Dupliceer de laag

Je kunt nu een naam opgeven (maar dit kun je ook overslaan). Belangrijker is dat je aangeeft naar welk bestand je de laag wilt kopiëren. In dit geval kies ik ervoor om de laag van foto B te kopiëren naar het bestand van foto A.

Na het kopiëren werk je nog steeds in hetzelfde bestand, in dit geval foto B. Sluit deze foto B, en ga naar de foto A die nu twee lagen heeft.

Beide foto's staan nu in één bestand, elk als een aparte laag

Beide foto’s staan nu in één bestand, elk als een aparte laag

Door middel van het gummetje kan ik de toeristen van de bovenste laag weggummen. Door deze gaten wordt de onderste laag zichtbaar, waar niemand staat. Deze methode is uitermate fijn omdat het wegwerken van de personen bij de rots (waaronder de dame met de rode trui) erg lastig zou zijn geweest door middel van klonen of retoucheren omdat er duidelijke lijnen en vormen achter stonden.

Gum de toeristen van de bovenste foto weg

Met het gummetje haal ik de toeristen van de bovenste laag weg en hopsakee.. de mensen zijn allemaal weg!

Vanzelfsprekend werkt deze methode alleen als de foto’s van exact dezelfde plek zijn gemaakt en een gelijke belichting hebben! Dit is bovendien niet de enige methode om ongewenste toeristen uit je foto te verwijderen, maar is wel een goede introductie in hoe lagen werken. Wil je hierover meer weten en een stapje verder? Lees dan vooral ook het artikel over het toepassen van een masker in Photoshop.

Aanpassingslagen

Naast de ‘gewone’ lagen heeft Photoshop ook aanpassingslagen. Aanpassingslagen werken anders omdat je niet een specifiek beeld kopieert, maar een specifiek effect. Je kunt zo’n aanpassingslaag het beste vergelijken met bijvoorbeeld een zonnebril. Wanneer je door een zonnebril naar een stapel papiertjes kijkt dan verandert het beeld zelf niet, maar gebeurt er wel iets met de weergave. Met een zonnebril wordt het beeld bijvoorbeeld iets donkerder. Kijk je met een roze bril naar dezelfde papiertjes, dan wordt het beeld in z’n geheel roze. De papiertjes zelf blijven hetzelfde, alleen de weergave ervan verandert.

Bij een aanpassingslaag kijk je nog steeds naar de papiertjes, maar is de weergave van de papiertjes aangepast door het effect van de bril.

Bij een aanpassingslaag kijk je nog steeds naar de papiertjes, maar is de weergave van de papiertjes aangepast door het effect van de bril.

Dit gebeurt ook bij een aanpassingslaag, waarbij het veranderen van de kleur slechts één van de mogelijkheden is. Je kunt in een aanpassingslaag allerlei effecten toepassen, zoals het contrast, de levendigheid en de verzadiging aanpassen, etc.

Een aanpassingslaag voeg je toe aan de foto door te klikken op  Laag (menu bovenin) > Nieuwe aanpassingslaag > en dan de gewenste aanpassing te kiezen, zoals verzadiging. Je kunt een aanpassingslaag ook aanzetten door te klikken op ‘Aanpassingen’ in het aparte werkvenster. Deze zet je aan met Venster (menu bovenin) > Werkruimte > Fotografie.

Aanpassingslagen in Photoshop

Aanpassingslagen in Photoshop met verschillende effecten

Een aanpassingslaag kun je onderscheiden van een gewone (beeld)laag omdat je niet het beeld zelf als miniatuur ziet in het lagenoverzicht, maar met een icoontje en een wit vlak erbij. Door dubbel te klikken op het icoontje, kun je het effect van de aanpassingslaag bewerken.

Aanpassingslagen in Photoshop

Je herkent een aanpassingslaag aan een icoontje en een wit vlak ernaast

Waarom werken met aanpassingslagen?

Maar waarom zou je een effect, zoals het bewerken van het contrast, in een aanpassingslaag willen doen en niet gewoon rechtstreeks op de foto? Dit heeft te maken met het proces in de bewerking. Stel je voor: je hebt de kleuren aangepast, het contrast, de belichting, etc. Nu je het resultaat daarvan ziet, heb je eigenlijk spijt van de aanpassing in de kleuren.

Als je al deze bewerkingen rechtstreeks op de foto hebt toegevoegd, moet je via de historie terug in de tijd om dit te herstellen. Makkelijker is het met een aanpassingslaag, waarbij je de betreffende aanpassingslaag gewoon aanpast, uitzet of helemaal verwijderd. De volgorde van het toepassen van verschillende effecten maakt hierdoor minder uit en is minder ‘definitief’. Ook kun je zo bewerkingen toepassen op slechts een deel van de foto.

Werken met maskers en lagen

Bij het werken met lagen, de ‘beeldlagen’ en de aanpassingslagen, kun je een deel van de laag verbergen of tonen door te werken met zogenaamde maskers. Dit gaat weer een stapje verder. Als je hier meer over wilt lezen, kijk dan zeker naar het artikel over het werken met maskers in Photoshop.

Werken met lagen in Lightroom?

“Aanpassingslagen in Lightroom mis je in 98% van de situaties niet omdat de bewerkingen in Lightroom al non-destructief zijn”

Een van de meest gestelde vragen over dit onderwerp is; “Kun je ook werken met lagen in Lightroom?”

Nee, maar toch doe je het eigenlijk vaak al automatisch. Huh? Hoe dat precies zit is als volgt; Lightroom heeft niet de mogelijkheden om twee foto’s over elkaar te zetten en daarbij een deel uit te gummen. Dat valt echt onder het ‘truckage’ deel wat in Photoshop wel kan en waarin Lightroom beperkt is. De zogenaamde aanpassingslagen vind je ook niet in Lightroom, maar in feite mis je dit niet en doe je dit zelfs al onbewust!

Alle bewerkingen in Lightroom die je doet, zoals het aanpassen van kleuren en contrast, zijn namelijk non-destructief in Lightroom. Dat wil zeggen; zonder de rechtstreekse aanpassing van de foto zelf. Het origineel wordt altijd bewaard. De bewerkingen worden in feite al als een aanpassingslaag op de foto toegevoegd, waardoor je ze elk moment ook weer kunt veranderen of verwijderen. Met de speciale filters en het penseeltje kun je ook een deel van de foto aanpassen. Om die reden heb je in de meeste gevallen Photoshop ook niet nodig als het gaat om de aanpassingslagen, tenzij je bepaalde specifieke effecten wilt doen op slechts een klein deel van de foto.

Lees hier over verdere verschillen tussen Photoshop en Lightroom.